Naar de inhoud
VeiligheidZeker Erkend beveiligingsbedrijf 036 52 90 007
De norm · VRKI 2.0, versie 2026

Wat is de VRKI, en welke risicoklasse heeft u?

De VRKI bepaalt in welke van vier risicoklassen uw pand valt en welke beveiliging uw verzekeraar verwacht. Hij is geen wet, uw polis wel.

Schouw · vraag 1 van 3

Gaat het om een woning of om een bedrijf?

Volgt tabel 1 en tabel 2 van VRKI 2.0 Deel A, versie 2026. De uitkomst is een indicatie; de definitieve klasse legt een adviseur vast in het intakedocument.

Wat is de VRKI?

De VRKI is de Verbeterde Risicoklassenindeling: het instrument waarmee in Nederland het inbraakrisico van een woning of bedrijf wordt bepaald. Hij is eigendom van het Verbond van Verzekeraars en wordt beheerd door het CCV. Uw klasse loopt van 1 tot 4 en bepaalt welke combinatie van maatregelen van u wordt verwacht.

Eerst dit

De VRKI is geen wet

Dat is het misverstand waar we het vaakst tegenaan lopen. Er wordt gebeld met “het moet van de wet”. Dat klopt niet, en het is belangrijk dat u het verschil kent.

In deel A van de VRKI staat het letterlijk, in één zin. Die zin wordt op de meeste installateurssites niet geciteerd.

“Deze maatregelen worden mede bepaald door de risico-acceptatie van verzekeraars, maar de VRKI 2.0 is niet wettelijk verplicht en geen erkennings- of certificatieregeling.”

VRKI 2.0 Deel A, versie 2026, paragraaf 1

Dat maakt het niet vrijblijvend. Als uw polis een klasse noemt en u voldoet er niet aan, kan uw verzekeraar bij schade de dekking beperken. Niet omdat de wet dat zegt, maar omdat u dat samen zo hebt afgesproken. Het verschil zit hem in wie u erop kan aanspreken.

Houd het onderscheid met een certificaat ook vast, want dat scheelt veel verwarring. Een certificaat zegt iets over een bedrijf of over een installatie. De VRKI zegt alleen iets over úw risico. Wie de twee door elkaar haalt, denkt al snel dat hij gecertificeerd is omdat er een klasse op zijn polis staat. Zo werkt het niet.

Nog iets dat zelden wordt genoemd: de VRKI is bedoeld voor standaard objecten. Voor grote of bijzondere objecten met een hoge waardeconcentratie, denk aan een juwelier, een museum of een groot warenhuis, staat er uitdrukkelijk dat maatwerk nodig is. Herkent u uw pand daarin, dan is de tabel het startpunt van een gesprek en niet het antwoord.

Welke versie geldt er nu? Versie 2026 is gepubliceerd op 1 december 2025 en mag sinds 1 januari 2026 worden gebruikt. Versie 2025 mocht nog tot 1 april 2026. Delen van twee versies door elkaar gebruiken mag niet. Vraagt uw verzekeraar om “de VRKI”, dan is dat vandaag versie 2026.
De rekensom

Hoe uw klasse tot stand komt

Er zijn vier klassen. Klasse 1 is het laagste risico, klasse 4 het hoogste. Voor een woning ligt de rekensom anders dan voor een bedrijf.

Bij een woning telt alleen de waarde

Gekeken wordt naar wat een inbreker mee wil nemen. De VRKI noemt drie groepen: audiovisuele en computerapparatuur, lijfsieraden met contant geld en waardepapieren, en bijzondere bezittingen zoals antiek, kunst, muziekinstrumenten en verzamelingen. Het kenmerk is telkens hetzelfde: waardevol, onder de arm mee te nemen, en goed te verhandelen.

Daar hoort geen weging bij en geen attractiviteitscode. Alleen een bedrag.

Tabel 1 · risicoklasse woningen
Waarde attractieve zaken van de inboedelKlasse
tot en met € 75.0001
€ 75.001 tot en met € 125.0002
€ 125.001 tot en met € 175.0003
meer dan € 175.0004

Veel mensen schatten dit te laag in. Tel eens door: sieraden, twee laptops, een horloge, de fotocamera, de e-bikes in de schuur. Dan is de grens van € 75.000 dichterbij dan het klinkt, en zit u dus niet in klasse 1 maar in klasse 2.

Bij een bedrijf telt de waarde én hoe gewild het is

Hier komt een tweede as bij. Naast de inkoopwaarde van uw goederen telt de attractiviteit: hoe aantrekkelijk zijn ze voor een dief. Die loopt van laag, via midden en hoog, tot zeer hoog. De combinatie van die twee bepaalt de klasse.

Tabel 2 · risicoklasse bedrijven · inkoopwaarde goederen × € 1.000
Attractiviteit< 1010 tot 100100 tot 175175 tot 350> 350
Laag (L)11112
Midden (M)12223
Hoog (H)22234
Zeer hoog (ZH)23444

Lees die tabel eens van links naar rechts. Bij lage attractiviteit haalt u pas klasse 2 boven de driehonderdvijftigduizend euro. Bij zeer hoge attractiviteit zit u al in klasse 2 met minder dan tien mille aan voorraad. Dat betekent dat een klein magazijn met gewilde spullen in een hógere klasse valt dan een grote bedrijfshal vol zware, onaantrekkelijke voorraad. Bij pandbeveiliging is de vloeroppervlakte dus niet de maat. De inhoud wel.

Twee rekenregels die er in de praktijk toe doen. Goederen met dezelfde attractiviteit telt u bij elkaar op. Heeft u goederen met verschillende attractiviteit, dan geldt de hóógste klasse die u vindt, tenzij u kiest voor partiële beveiliging. Daarover verderop meer.

De derde as die bijna niemand noemt

Dezelfde spullen krijgen niet altijd dezelfde code. De VRKI kijkt óók naar de gebruiksvorm: liggen ze er voor eigen gebruik, staan ze in een winkel of showroom, of liggen ze in een magazijn. Met magazijn bedoelt de VRKI voorraad buiten de winkelruimte, geconcentreerd op pallets of in grootverpakking. Het kleine achterkamertje van een winkel telt daar niet als magazijn.

Dat verschil is groot. Wij hebben de officiële lijst regel voor regel doorgenomen: bij ruim honderd goederen ligt de magazijncode hoger dan die voor eigen gebruik, bij een flink deel daarvan zelfs twee of drie niveaus. Lager is het nooit. Wie zijn klasse bepaalt op “wat het is” en niet op “hoe het ligt”, komt structureel te laag uit.

Staat uw goed niet op de lijst, of twijfelt u, dan schrijft de VRKI zelf voor dat u contact opneemt met uw verzekeraar. Dat is geen zwaktebod, dat is de bedoelde route.

Eerlijk over onze eigen hulp

Wat deze rekenhulp wel en niet doet

Onze rekenhulp volgt tabel 1 en tabel 2 hierboven. We hebben hem in vierentwintig proeven doorgerekend tegen de brontabellen, en alle vierentwintig kwamen goed uit, inclusief het randgeval van precies € 175.000.

Wat hij niet doet, is de attractiviteit voor u bepalen. Daarvoor moet u het goed opzoeken in bijlage 1 van deel A, en die bijlage publiceren wij hier niet. Die lijst is eigendom van het Verbond van Verzekeraars en het CCV, met een uitdrukkelijk auteursrechtvoorbehoud. Wij leggen het systeem uit, wij kopiëren de tabel niet.

U kunt de officiële rekentool van het CCV gebruiken om uw goed op te zoeken. Twee dingen die u daarbij moet weten, allebei door ons nagemeten:

  • De officiële tool is in Google niet te vinden. De rekenpagina draagt de instructie noindex,nofollow. Het rekengereedschap van de Nederlandse verzekeringsbranche staat dus buiten elke zoekmachine en buiten elke AI-zoekhulp. Wie er niet naartoe wordt gewezen, vindt hem niet.
  • Vul het bedrag zonder punten in. Typt u 500.000, dan leest de tool dat anders dan u bedoelt en komt er een te lage klasse uit. Typt u 500000, dan klopt het. Wij hebben dat met dezelfde goederen twee keer nagespeeld: de ene notatie gaf klasse 3, de andere klasse 4.
Waarom dat laatste ertoe doet. Juist bij klasse 4 schrijft de VRKI voor dat het intakedocument altijd ter ondertekening naar de verzekeraar gaat. Rekent u zich per ongeluk naar klasse 3, dan slaat u die stap over zonder het te merken.
De maatregelen

Acht soorten maatregelen, niet alleen een alarm

Uw klasse bepaalt niet wélk apparaat u koopt, maar welke combinatie van maatregelen samen het risico moet afdekken. Dit zijn de acht categorieën, met hun officiële afkorting.

O · niveau 1-2

Organisatorisch

Afspraken en gedrag. Wie sluit er af, waar liggen de sleutels, wordt er echt ingeschakeld als de laatste weggaat. De goedkoopste categorie, en de eerste die verwatert.

BK · niveau 1-4

Bouwkundig

Hang- en sluitwerk, deuren, ramen, rolluiken. Het fysiek moeilijker en langzamer maken om binnen te komen.

CO · niveau 1-4

Compartimentering

Een afgesloten deel binnen het pand, zodat het waardevolle spul achter een tweede drempel ligt.

ME · niveau 1-4

Meeneembeperkend

Kluizen, kasten, vitrines, verankering. Alles wat het langer laat duren om iets werkelijk mee te nemen.

EL · niveau 1-4

Elektronisch

Het inbraaksignaleringssysteem zelf: de melders, de centrale en de bediening. Zie waar een alarmsysteem uit bestaat.

SD · niveau 1-4

Schildetectie

Detectie op de buitenschil zelf, zodat het opvalt op het moment dat de gevel wordt aangetast. Op een perceel begint dat nog eerder, bij detectie op het terrein.

AT · niveau 1-4

Alarmtransmissie

Hoe de melding wegkomt en hoe zeker dat is. Via internet, via het mobiele netwerk, of allebei naast elkaar.

RE · niveau 1-4

Reactie

Wat er ná de melding gebeurt. Dit is het onderdeel dat het vaakst wordt overgeslagen en het duurste om achteraf recht te zetten.

Twee dingen vallen op als u hiermee werkt. CO1, ME1, SD1 en SD4 bestaan wel als niveau, maar komen in geen enkele voorgeschreven combinatie voor. U komt ze in de praktijk dus niet tegen. En zwaarder dan uw klasse mag altijd. Lichter niet, tenzij uw verzekeraar er zijn handtekening onder zet.

De combinaties

U mag kiezen, maar niet vrij

Per klasse liggen de toegestane combinaties vast. U mag schuiven tussen bouwkundig en elektronisch, maar niet onder het minimum zakken. Dit zijn ze, voor bedrijven.

Tabel 4 · toegestane maatregelcombinaties voor bedrijven
KlasseToegestane combinatiesVoorwaarde
1 O1+BK2
O1+BK2+EL1+AT1+RE1
O1+BK1+EL2+AT2+RE2+CO2 en/of ME2
De eerste combinatie mag níét bij bedrijven waar geen of nauwelijks sociale controle is.
2 O1+BK3+EL2+AT2+RE2
O1+BK2+EL2+AT2+RE2
O1+BK2+EL2+AT2+RE2+CO2 en/of ME2
O1+BK1+EL3+AT2+RE2+CO3 en/of ME3
De tweede combinatie mag niet bij zeer hoge attractiviteit.
3 O2+BK4+EL3+SD2+AT4+RE3
O2+BK3+EL3+SD2+AT4+RE3
O2+BK2+EL3+AT3+RE3+CO3 en/of ME3
O2+BK1+EL3+AT3+RE3+CO4 en/of ME4
De tweede combinatie mag niet bij zeer hoge attractiviteit.
4 Maatwerk in overleg met de verzekeraar. Minimaal:
O2+BK2+EL4+AT4+RE4+CO4 en/of ME4
O2+BK4+EL4+SD3+AT4+RE4
Bij klasse 4 gaat het intakedocument altijd ter ondertekening naar de verzekeraar.

Voor woningen is de lijst korter. Klasse 1 is O1+BK2, of O1+BK1+EL1+AT1+RE1. Klasse 2 is O1+BK2+EL2+AT2+RE2, of dezelfde met BK1 aangevuld met CO2 en/of ME2. Klasse 3 kent drie varianten, allemaal met O2 en AT3. Klasse 4 is ook bij een woning maatwerk, met als minimum O2+BK2+EL4+AT4+RE3+CO3 en/of ME3.

Wat u hieruit kunt aflezen, en wat in een offertegesprek zelden wordt uitgelegd: u kunt een zwaardere klasse halen zonder overal melders op te hangen. Zet u een compartiment of een goede kluis in, dan mag het elektronische deel lichter. Dat scheelt vaak geld, en het is bijna altijd betrouwbaarder dan nog meer detectie.

BK3 en BK4 in de klassen 3 en 4 zijn overigens primair bedoeld voor gevels waarachter direct hoog of zeer hoog attractieve goederen liggen die niet met compartimentering of meeneembeperking zijn beschermd. Ligt uw waardevolle voorraad al achter een tweede drempel, dan hoeft de hele gevel niet mee omhoog.

Per klasse

Wat uw klasse in de praktijk betekent

De tabel hierboven is de theorie. Dit is wat er in een pand werkelijk verandert als u een klasse omhoog gaat.

Klasse 1: vaak helemaal geen alarm nodig

De lichtste route is O1 plus BK2. Vertaald: goede afspraken over afsluiten, en deugdelijk hang- en sluitwerk. Meer niet. Een alarmsysteem is in klasse 1 een keuze en geen eis, en dat is precies het tegenovergestelde van wat de meeste mensen verwachten.

Er zit één harde uitzondering aan vast, en die wordt vaak over het hoofd gezien. Die lichtste combinatie mag níét bij bedrijven waar geen of nauwelijks sociale controle is. Een klein kantoor in een woonstraat kan er dus mee wegkomen, precies dezelfde inhoud in een leegstaande hal op een bedrijventerrein niet. Dan valt u terug op een van de twee andere combinaties en komt er wél detectie bij.

Klasse 2: hier moet u voor het eerst iets organiseren

Kijk naar de vier toegestane combinaties in de tabel en let op wat er in alle vier hetzelfde is: EL2, AT2 en RE2. Ongeacht welke route u kiest, komt er dus een inbraaksignaleringssysteem, komt de melding het pand uit, en wordt er iemand gebeld.

Dat laatste is de kern van klasse 2 en het is geen apparaat. RE2 betekent dat er minimaal drie sleutelhouders bij de alarmcentrale bekend zijn. U kunt dat niet kopen, dat moet u regelen. Wij zien geregeld panden waar de techniek keurig op klasse 2 ligt en de sleutelhouderlijst uit 2019 komt. Op papier voldoet zo’n pand, in de praktijk komt er niemand.

Waar u wél in kunt schuiven: bouwkundig. BK3 met lichtere aanvullingen, of BK2 met compartimentering of meeneembeperking erbij. Dat is de plek waar geld te besparen valt zonder onder de eis te duiken.

Klasse 3: de organisatie gaat mee omhoog, en er komt een contract

Twee dingen springen eruit. Ten eerste staat er in alle vier de combinaties O2 in plaats van O1: de organisatorische lat gaat omhoog. Ten tweede staat er overal RE3, en dat betekent een contract met een beveiligingsorganisatie die door het ministerie is toegelaten en een ND-nummer heeft. Vanaf klasse 3 komt er dus iemand, en dat is een doorlopende maandelijkse post.

En dan is er een keuze die de VRKI u expliciet geeft en die zelden wordt uitgelegd. Twee van de vier combinaties vragen schildetectie, SD2. De andere twee vervangen dat door compartimentering of meeneembeperking op niveau 3 of 4. Vertaald: detecteert u de buitenschil, of zet u het waardevolle achter een tweede drempel? Dat is een echte ontwerpvraag met een echt prijsverschil, en het antwoord hangt af van hoe uw pand is ingedeeld en niet van wat een installateur op voorraad heeft.

Klasse 4: altijd langs de verzekeraar

Klasse 4 is geen zwaardere versie van klasse 3 maar een andere procedure. Er staan twee minimumcombinaties, allebei met RE4, en RE4 betekent dat er minimaal één vorm van technische alarmverificatie operationeel moet zijn. Zonder werkende verificatie voldoet u niet, hoeveel melders er ook hangen.

Belangrijker nog is het papier. Bij een geconstateerde klasse 4 gaat het intakedocument altijd ter ondertekening naar de verzekeraar. Niet in overleg, niet op verzoek: altijd. Dat is sinds versie 2026 nog eens expliciet vastgelegd.

En dan de nuance die de VRKI zelf maakt: bij grote of bijzondere objecten met een hoge waardeconcentratie houdt het systeem op en is er maatwerk nodig. Zit u in klasse 4, dan is de kans reëel dat u dicht tegen die grens aan zit. Behandel de uitkomst dan als het begin van een gesprek en niet als het antwoord.

Wat er minimaal verandert per klasse
KlasseOrganisatieDetectie en meldingWie er komtPapier
1O1Kan zonder, mits bouwkundig op BK2Uzelf, als er al doormelding isIntakedocument
2O1Altijd EL2 en AT2Drie sleutelhouders bij de alarmcentraleIntakedocument, programma van eisen, opleverdossier
3O2EL3, plus SD2 of zwaardere compartimenteringContract met een beveiligingsorganisatie met ND-nummerIdem, en afwijkingen vastgelegd
4O2EL4 en AT4, technische verificatie werkendBeveiligingsorganisatie plus politie na verificatieAltijd ondertekend door de verzekeraar
Het vergeten onderdeel

Wie komt er kijken als het alarm afgaat?

Dat is de RE, de reactie. Vier niveaus, en hier gaat in de praktijk het meeste mis. Wat elk niveau werkelijk oplevert en kost, staat uitgebreid bij alarm met of zonder meldkamer. Hier de korte versie.

RE1 tot en met RE4
NiveauWat het betekent
RE1Een melding naar een bereikbare telefoon. Verder niets. De VRKI zegt er zelf bij dat er geen garantie is dat de melding op tijd aankomt, want hij kan in de voicemail belanden. Alleen toegestaan bij EL1. Bij bedrijven is die telefoonmelding een eis.
RE2Een particuliere alarmcentrale belt uw sleutelhouders. Er moeten er minimaal drie bekend zijn. Uitgangspunt is opvolging binnen vijftien minuten.
RE3Als RE2, plus een contract met een beveiligingsorganisatie die door het ministerie van Justitie en Veiligheid is toegelaten en een ND-nummer heeft. Ook hier: uitgangspunt vijftien minuten.
RE4Als RE3, en minimaal één van de drie vormen van technische alarmverificatie moet werken. Dan komt er niet alleen een surveillant, maar geeft de politie na verificatie ook prioriteit 1.

Eén detail dat vrijwel overal verkeerd staat, tot voor kort ook in ons eigen archief: de vijftienminutennorm staat al bij RE2, niet pas bij RE3. Het verschil tussen RE2 en RE3 is niet de tijd maar wie er komt. Bij RE2 is dat een sleutelhouder die u zelf regelt. Bij RE3 een organisatie waarmee een contract ligt.

En er is een route die zelden wordt aangeboden. In plaats van RE3 mag ook RE2 met technische alarmverificatie. Daarmee bereikt u sleutelhouderopvolging én prioriteit 1 bij de politie. Voor sommige panden is dat goedkoper en praktischer dan een surveillancecontract.

Het papierwerk

Het intakedocument is verplicht, en in 2026 aangescherpt

Bij elk beveiligingsplan hoort een intakedocument. Daarin staat wat er bij u ligt, wat het waard is, welke klasse daaruit volgt en welke maatregelen daarbij horen. Dat document is het startpunt, niet de offerte. Het formulier uit bijlage 2 is voorgeschreven: alleen een eigen logo en een ander lettertype zijn toegestaan, verder niets.

  1. Intake

    Wij lopen het pand door en vullen het document in. Wat ligt er, wat is het waard, hoe ligt het opgeslagen, wie heeft er toegang. Daaruit rolt de geconstateerde risicoklasse.

  2. Programma van eisen

    De vertaling van die klasse naar wat er concreet moet komen. Per deur, per ruimte, per zone. Dit is wat een offerte werkelijk stuurt, niet het aantal camera’s.

  3. Uitvoering

    Aanleg volgens dat programma. Wijkt er iets af, dan gaat dat terug naar het document en niet stilletjes in de installatie.

  4. Opleverdossier

    Tekening, apparatenlijst, zone-indeling en instellingen. Dit is het papier waar bij een keuring of bij schade om gevraagd wordt. Zonder dossier wordt er afgekeurd op iets dat technisch prima in orde is.

Wat er in 2026 precies veranderde aan dat document

Twee van de drie wijzigingen in deel A gaan hierover, en ze zeggen inhoudelijk hetzelfde. Afwijkingen ten opzichte van de geconstateerde risicoklasse moeten in het intakedocument worden vastgelegd. En dan komt de aanscherping:

“Bij een geconstateerde risicoklasse 4 en/of indien er naar beneden wordt afgeweken van de geadviseerde combinatie van maatregelen conform de geconstateerde risicoklasse, wordt het document altijd ter ondertekening aan de verzekeraar aangeboden.”

Wijzigingen VRKI 2026 ten opzichte van 2025, deel A

Lees dat nog eens. Niet “kan”, niet “in overleg”, maar altijd. Wijkt u naar beneden af en gaat het document niet naar uw verzekeraar, dan heeft u straks een papier waar u bij schade niets aan heeft. Doet uw installateur dat niet uit zichzelf, vraag er dan om.

Tekenen hoeft u zelf niet. Wat wél moet: u moet er aantoonbaar kennis van hebben genomen. Weigert iemand te tekenen, dan schrijft de VRKI voor dat het document per mail wordt gestuurd met het verzoek om een ontvangstbevestiging. Bewaar die mail.

Versie 2026

Elf wijzigingen, waarvan er drie worden rondgestuurd

Bij de publicatie wordt een korte samenvatting gegeven. De volledige lijst telt elf punten: drie in deel A, acht in deel B. Hieronder staan ze alle elf.

Verschillen tussen VRKI versie 2026 en versie 2025
DeelWat er veranderdeVoor wie dit uitmaakt
ADe waarden voor inventaris en goederen die de risicoklasse bepalen zijn aangepast aan de algemene prijsstijgingen.Iedereen die zijn klasse in 2025 of eerder heeft laten bepalen.
AVerduidelijkt dat het intakedocument aan de verzekeraar wordt aangeboden bij klasse 4 en bij een neerwaartse afwijking.Panden in klasse 4, en iedereen die lichter uitvoert dan geadviseerd.
AAfwijkingen ten opzichte van de geconstateerde klasse moeten in het intakedocument worden vastgelegd, en gaan dan altijd ter ondertekening naar de verzekeraar.Zie hierboven. Dit is de scherpste wijziging van 2026.
BBij partiële beveiliging is toegevoegd dat partities onafhankelijk van andere delen van de installatie functioneren.Panden waar kantoor en magazijn in verschillende klassen zitten.
BBij de definities is de schildetectie verduidelijkt.Klasse 3 en 4, waar SD in de combinatie zit.
BAanpassingen voor bouwkundige beveiliging met rolluiken (paragraaf 3.2).Winkels, horeca en showrooms met rolluiken.
BVoor glas in een CO2-compartiment zijn de prestatie-eisen aangepast (paragraaf 4.1).Iedereen met een glazen wand rond een waardevolle ruimte.
BKleine tekstaanpassingen bij inbraaksignalering in bouwkundige compartimenten en kluizen (paragraaf 4.3).Kluisruimtes.
BRuimtelijk werkende detectoren worden niet alleen op basis van het volume toegepast, maar kunnen ook door de indeling nodig zijn.Panden met veel tussenwanden, waar het volume alleen te weinig zegt.
BSeismische detectie is niet alleen nodig als een kluis tegen een buitenmuur staat, maar óók tegen een scheidingswand naar derden.Iedereen met een kluis in een pand met buren. Dit is de wijziging die het vaakst gemist wordt.
BDe verificatie van de prestaties (paragraaf 7.4.6) is binnen de VRKI niet meer van toepassing.Installaties op AT3 en AT4, waar die verificatie eerder wel werd gevraagd.

Eerlijk over waar deze lijst vandaan komt. Dit is geen uitgave van het CCV, maar de wijzigingslijst zoals een onafhankelijke adviseur die in december 2025 heeft opgesteld. Wij hebben elk punt naast de brondocumenten van deel A en deel B gelegd; de strekking klopt. Wie het definitieve woord wil, kijkt in de documenten zelf.

De wijziging over seismische detectie is de moeite van het onthouden waard. Staat uw kluis tegen de muur van de buren, dan valt u sinds 2026 onder dezelfde eis als wanneer hij tegen een buitenmuur staat. Dat is logisch zodra u erover nadenkt, want een buurpand is voor een inbreker vaak makkelijker binnen te komen dan de straat. In de praktijk is die kluis alleen vrijwel nooit zo uitgevoerd.

De vraag die niemand hardop stelt

En als u er niet aan voldoet?

Er komt geen boete en er komt geen inspecteur langs. De VRKI is geen wet, dus er is niemand die hem handhaaft. Dat is precies waarom panden er jarenlang mee wegkomen en waarom het pas opvalt op het slechtst denkbare moment.

Wat er wél gebeurt, gebeurt bij schade. Uw verzekeraar kijkt dan naar de beveiligingsclausule in uw polis. Staat daar een klasse in en voldoet de installatie daar aantoonbaar niet aan, dan kan hij de dekking beperken. Hoe ver dat gaat, hangt af van uw polisvoorwaarden en van de omstandigheden; daar bestaat geen algemene regel voor.

Wij schrijven hier bewust niet dat een verzekeraar dan “niet uitkeert”. Die zin staat overal en er zit nergens een onderbouwing onder. Wat wel vaststaat, is iets anders en het is praktischer: u moet kunnen aantonen wat er hangt. Zonder opleverdossier is dat een reconstructie achteraf, en een reconstructie achteraf valt vrijwel altijd in uw nadeel uit.

Twee dingen die elkaar versterken

Onderverzekering en een niet-nageleefde beveiligingsclausule zijn afzonderlijk al vervelend. Samen zijn ze erger, want dan is er discussie over zowel het bedrag als de dekking. Wij zien dat vaker bij bedrijven die zijn gegroeid: de voorraad is verdubbeld, de verzekerde som is gebleven, en de klasse is nooit opnieuw bepaald.

Dat is ook meteen de goedkoopste controle die u kunt doen. Een klasse is geen eenmalige uitkomst. Verandert uw voorraad, uw bestemming of uw indeling, dan kan de klasse meeveranderen zonder dat iemand u belt.

Wat u concreet kunt doen

  1. Pak uw polis erbij

    Zoek op “beveiliging” of “inbraak”. Staat er een klasse, een certificaat of een clausule genoemd, dan weet u waar u aan gehouden wordt. Staat er niets, dan is er ook geen eis.

  2. Vraag uw intakedocument op

    Bij de partij die de installatie heeft aangelegd. Is er nooit een intakedocument geweest, dan is dat op zichzelf al het antwoord op de vraag of u voldoet.

  3. Reken de klasse na

    Met de tabellen op deze pagina of met de rekenhulp hierboven. Komt er iets anders uit dan wat er op uw polis staat, dan is dat een gesprek met uw verzekeraar en niet iets om te laten liggen.

  4. Kijk of afwijkingen zijn getekend

    Wijkt de uitvoering naar beneden af van de geadviseerde combinatie, dan hoort dat vastgelegd te zijn en ondertekend door de verzekeraar. Is dat niet gebeurd, dan heeft u een papier dat bij schade niets waard is.

Twee uitwegen

Partieel beveiligen en maatwerk

Partiële beveiliging

U beveiligt het gebouwdeel met de waardeconcentratie zwaarder dan de rest. Kantoor in klasse 2, magazijn in klasse 3, bijvoorbeeld. De voorwaarde is hard: dat deel moet fysiek afgescheiden zijn en de scheidingswanden moeten aan dezelfde inbraakwerendheidseisen voldoen als de buitengevel. Sinds versie 2026 staat er bovendien bij dat de partities onafhankelijk van de rest van de installatie moeten functioneren. In het intakedocument wordt de hóógste klasse vastgelegd.

Maatwerk

Maatwerk mag in elke klasse. In de klassen 1, 2 en 3 hoeft de gelijkwaardigheid niet met een verklaring van een certificatie-instelling te worden aangetoond, maar hij moet wel verdedigbaar zijn. Dat is geen vrijbrief: u mag EL4 niet stilletjes als EL3 uitvoeren en het dan maatwerk noemen.

Waar BORG in beeld komt

In de omschrijvingen van de bouwkundige en elektronische maatregelen staat het met zoveel woorden: laat het werk uitvoeren door een BORG-gecertificeerd beveiligingsbedrijf, met gecertificeerde onderdelen. BORG is een certificatieregeling van het CCV voor beveiligingsbedrijven. Dus voor de partij die het aanlegt, niet voor u en niet voor uw pand.

Wij zijn een VEB-erkend beveiligingsbedrijf. Wij voeren het werk uit en stellen het beveiligingsplan op. Het certificaat zelf wordt afgegeven door een certificerende instelling, nooit door de installateur. Vraagt uw polis letterlijk om een BORG-certificaat, zeg dat dan vooraf, dan weten we welke route we moeten lopen.

Let op de termijn. Zo’n certificaat is een jaar geldig en kan bij jaarlijks onderhoud worden verlengd tot maximaal vijf jaar. Zonder dat onderhoud vervalt het. Dat is geen wettelijke onderhoudsplicht, wel een voorwaarde van het certificaat zelf. Waarom dat onderscheid ertoe doet, staat bij het alarmsysteem.
Aan de telefoon

Vragen die wij hierover het vaakst krijgen

Kort beantwoord, met de bron erbij waar die er is. Staat uw vraag er niet bij, bel dan gerust.

Wie bepaalt mijn risicoklasse?

De matrix bepaalt hem, maar uw verzekeraar accepteert hem. Wij stellen het intakedocument op waarin staat hoe wij tot die klasse komen, en dat document is het stuk waarover het gesprek gaat. Een installateur die zijn eigen klasse vaststelt zonder document, stelt niets vast.

Mijn polis noemt een klasse die ik niet herken. Wat nu?

Reken hem na met de tabellen hierboven. Komt er iets anders uit, verzamel dan waarom: de inkoopwaarde van uw goederen, de attractiviteit, en in welke vorm ze liggen. Een verzekeraar rekent met de gegevens die hij ooit heeft gekregen, en die zijn vaak jaren oud. Dat werkt trouwens twee kanten op: soms is de klasse te hoog ingeschat en betaalt u voor maatregelen die niet nodig zijn.

Wat is het verschil tussen VRKI, BORG en VEB?

Ze worden constant door elkaar gehaald, en ze gaan over drie verschillende dingen. De VRKI is een risicomaat: hij zegt iets over úw pand. Hij is eigendom van het Verbond van Verzekeraars en wordt beheerd door het CCV. BORG is een certificatieregeling van het CCV voor het bedrijf dat de beveiliging aanlegt. VEB is een brancheerkenning voor beveiligingsbedrijven. Wij zijn VEB-erkend beveiligingsbedrijf: wij voeren uit en adviseren. Certificaten worden afgegeven door een certificerende instelling, nooit door de installateur.

Hoe lang is een certificaat geldig?

Een jaar. Bij jaarlijks onderhoud kan het worden verlengd tot maximaal vijf jaar. Zonder dat onderhoud loopt het gewoon af. Dat is geen wettelijke onderhoudsplicht maar een voorwaarde van het certificaat zelf; het verschil staat uitgelegd bij het alarmsysteem.

Is doormelding naar een meldkamer verplicht?

Niet als losse regel, maar het volgt wel uit uw klasse. Kijk naar de tabel met combinaties: vanaf klasse 2 staat in élke toegestane combinatie AT2 en RE2. Vertaald is doormelding vanaf klasse 2 dus feitelijk onvermijdelijk. In klasse 1 kunt u er onderuit door de bouwkundige route te kiezen. Wat het per niveau betekent, staat bij alarm met of zonder meldkamer.

Mag ik het zelf installeren?

Technisch mag dat; er is geen wet die het verbiedt. Maar een zelf geplaatst systeem levert nooit een certificaat op, en dus is een verzekeringseis met een zelfbouwsysteem niet ingevuld. Voor een woning zonder eis kan het prima, voor een pand met een klasse op de polis niet.

Geldt de VRKI ook als ik het pand huur?

De eis komt uit uw eigen polis, dus ja. Wat het lastig maakt is de verdeling: bouwkundige maatregelen zitten aan het pand vast en zijn daarmee een zaak tussen u en de verhuurder, terwijl de elektronische maatregelen meestal van u zijn. Dat is de klassieke patstelling. Leg vooraf vast wie wat doet en wie wat betaalt, want achteraf is het een discussie waar uw verzekeraar niet op wacht.

Verandert mijn klasse als mijn pand verandert?

Ja, en daar zit een risico. Nieuwe voorraad, een uitbreiding, een andere bestemming, een verhuizing van het magazijn: het kan allemaal de uitkomst verschuiven. De VRKI kent geen automatische herbeoordeling. Doet u het zelf niet, dan doet niemand het.

Wij zijn een school of een onderwijsinstelling. Geldt er iets aparts?

Niet meer. Er bestond een aparte Richtlijn inbraakbeveiliging onderwijsinstellingen, maar die is vervallen; sindsdien wordt elke onderwijsinstelling als een regulier bedrijf behandeld en gaat u gewoon door de matrix hierboven. Wat de VRKI niet regelt is examenbeveiliging, en dat is voor een middelbare school wél een reëel punt. Meer daarover staat bij toegangscontrole.

Wat wij doen

Wij rekenen na wat uw verzekeraar zegt

In de meeste gesprekken staat de klasse al vast voordat wij binnenkomen: hij staat op de polis. Wij rekenen hem na. Soms komt er hetzelfde uit, soms iets anders, en dan is dat een gesprek met uw verzekeraar en niet met ons.

Wat wij niet doen is een klasse omhoog praten om meer te kunnen leveren, en ook niet omlaag om goedkoper te lijken. Wijkt onze inschatting af, dan leggen we die afwijking voor in plaats van hem weg te schrijven.

Reken uw klasse hierboven zelf uit

Liever iemand aan de lijn die met u meekijkt? Bel 036 52 90 007 en vraag naar Sander Poiesz.

Monteur maakt met potlood aantekeningen op een plattegrond tijdens de schouw
Het intakedocument begint hier: op de plattegrond, vóór er iets besteld is.

Bronnen: VRKI 2.0 Deel A (Risicomatrix) en Deel B (Definities van beveiligingsmaatregelen), versie 2026, uitgave van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid in opdracht van het Verbond van Verzekeraars. Versie 2026 is gepubliceerd op 1 december 2025. Tabel 1, tabel 2 en tabel 4 komen uit deel A; de attractiviteitslijst uit bijlage 1 is bewust niet overgenomen. Over de erkenning: VEB, Vereniging Erkende Beveiligingsbedrijven. De certificatieregeling voor beveiligingsbedrijven: BORG. · Geraadpleegd 31 augustus 2026.

Sander Poiesz, adviseur bij VeiligheidZeker

Bijgewerkt op 31 augustus 2026. Geschreven en nagekeken door Sander Poiesz, adviseur bij VeiligheidZeker, erkend beveiligingsbedrijf. De bronnen staan in de tekst. Klopt er iets niet meer, bel 036 52 90 007 en we passen het aan.

Bel 036 52 90 007 Terugbellen